Loire 2013
  

van 09-05-2013 t/m 20-05-2013

Onze route...

Donderdag 9 mei

Op ons normale tijdstip opgestaan en de bedoeling was dat we rustig om 08:00 zouden. Maar onze voorbereidingen waren weer zodanig dat we al om 07:30 wegreden.

Omdat het hemelvaartsdag was, was het rustig op de weg. Totdat we langs Parc Asterix reden. Aan de andere kant stond een gigantische file, zeker 10 km lang. Moet toch heel bijzonder zijn!

Voor Parijs nog zo'n befaamde ik-heb-geen-zin-meer-om-te-leven-motorrijder gezien. Die reed zeker 180 km/u en werd bijna van zijn motor gelanceerd door een hobbeltje in de weg. Maar dat ging maar net goed.

Om 13:45 kwamen we op de camping van Chartres aan, om 14:00 ging de receptie open en we mochten gaan staan waar we wilden. Toch maar op hetzelfde plekje gaan staan, waar we in 2011 ook al stonden. Lekker rustig en wel een beetje zon.

Maar het voelde allemaal fris aan en we zijn dan maar om 18:00 naar binnen gegaan. Morgen rijden we door naar Rillé.

Later kwamen er een paar Duitsers in een Eend bestel (nieuwer model). Als wij dit zo bekijken, zijn wij zelf ook ver gekomen, wie had dat kunnen denken? Van een Peugeot 504 pickup naar een Adria caravan met Skoda Superb ervoor. Maar die eend was echt veel te klein. Om te slapen, lagen ze over de voorstoelen heen, dus hoofd bijna tegen het voorraam en dan bleven de voetjes net binnen. Die Peugeot was dus echt zo slecht nog niet!

   

Vrijdag 10 mei

Toch uitgeslapen en om 07:00 opgestaan, lekker ontbeten en toen alles opruimen. En om 08:30 reden we al weer Chartres uit. We zouden hier in september terugkomen, voor een overnachting op de heenweg en op de terugweg 3 nachten, zodat we 2 dagen door Chartres konden lopen. Maar iets meer dan €30 moeten betalen en dan 1 normaal toilet en voor de rest allemaal van die fijne hurktoiletten... Nee. We plannen wel weer wat anders.

Bij La Ferté-Bernard stuurde Bea ons de péage af en dat leek in orde. Maar even verderop wilde ze ons een konijnenpad opsturen. Dat leek ons geen goed idee en dus hebben we zelf maar even gekeken hoe het moest. Maar met de D323 leek ze de goede richting op te gaan. En het was nog een leuke route ook, omdat het lekker binnendoor was. Verderop weer de péage op en 30 km later er weer af. En toen lekker binnendoor naar Rillé. Daar wisten wij het niet precies meer, maar gelukkig stond er een bord. Er was schijnbaar een feest met een stoomtrein endergelijke. En weer verderop was dan de camping.

Er was plek zat en we mochten er een leuke uitzoeken. Ze hebben 2 soorten, een normale plek en een comfort plaats. Wij wilde een normale plaats, maar bij het zoeken naar een plaatsje zagen wij plaats 88. Een gigantisch plaatsje zeg maar. Wat wel jammer was, was dat er maar 1 hond binnen mocht, maar als wij ze kort hielden en alles schoonhielden, waren 2 ook goed. Het was toch rustig op de camping.

Ze hadden geen Wi-Fi, de resto was alleen van vrijdag t/m zondag geopend, de auto moest op de parking, maar het was hier wel heerlijk. Jammer dat de zon steeds achter de wolken wegging.

Nog even wezen tanken en wat boodschappen gedaan bij de Super-U in Savigné-sur-Lathan. Veel lekkere dingen gezien en gekocht.

De rest van de middag hebben we op de camping zitten genieten van alle stoomtreintjes die voorbij kwamen. Tussen de parking en de camping zelf ligt namelijk een spoorlijn van de A.E.C.F.M.. En daar rijden ze contnue met allerlei materieel heen en weer. Heerlijk! En gezond! Lekker rustig in het bos zitten, gezonde boslucht, vermengd met de lucht van wat er ook uit de schoorsteen kwam met olie en continu het geluid van de stoomfluitjes. Zalig. Morgen gaan we rondlopen en foto's nemen.

Zaterdag 11 mei

Heerlijke croissants en stokbrood gehaald bij de receptie. Af en toe regent het een beetje, maar niet langer dan 5 minuten.

Toen naar de 'gare' gelopen van de plaatselijke spoorwegmaatschappij. Het bleek een 100 jarig jubileum te zijn van een van de treinen en had de titel "Festival Belle Epoque" (Accueil Festival Belle Epoque au Train de Rillé). Belle Epoque is Frans voor het mooie tijdperk wat van 1870 tot 1914 was. Deze naam werd geboren na de eerste wereldoorlog toen men nostalgisch terugkeek naar de tijd voor de traumiterende slachtingen in de oorlog. Jolanda heeft mij overgehaald om niet alleen foto's te maken, maar ook een ritje te maken met een trein. En voor dit festival waren de kaartjes de gehele dag geldig. En het traject was vele malen langer dan dat we dachten. En er was ook een expositie? Kunst of geschiedenis?

   

We zijn met een stoomtreintje vertrokken naar de expositie en dat bleek toch veel verder te zijn dan dat we dachten. Het leek een beetje op een dropping in het bos, maar de sfeer was geweldig. En op de expositie waren de regionale produkten, eten en drinken (gesponserd door de Super U).

En allerlei machines die sisten, klopten, stonken en lawaai maakten. Maar er was er 1 voor het besproeien van plantjes, 1 om meel te maken en een ander om van boomstammen planken te zagen. En er was nog een hal van de plaatselijke treinenclub met allerlei fantastische diorama's. Gelijk weer zin om ook weer met de treinbaan te beginnen. Maar dat doen we maar niet, want het neemt nogal veel ruimte in. Er stond wel iemand met een treinbaan in een koffer. Dat was echt iets voor ons! Het bleek het 3-jaar oude T-spoor te zijn (1:440). Wat de helft was van Z-spoor. Die laatste was ook als klein en leuk, maar deze! Ook stond er een mevrouw met een diorama van een winkelstraat met daarachter een spoorlijn. Ontzettend mooi gemaakt! Zij gaf als antwoord: "hout en karton'. Fantastisch mooi met al die details.

Buiten hadden ze een draaiplatform met loods voor de treinen, vandaar dat we zoveel verschillende hebben zien rijden.

Toen terug met een dieseltrein. Een lekker snel treintje. Deze stopte niet op de 'gare', maar reed door tot het eind (naast het meer), waar we weer terugreden met een andere stoomtrein naar de 'gare'.

Jolanda had nog een leuke poster gezien op de expositie over dit jubileum en wilde die gaan kopen. Maar de trein ging niet verder, want er moest gegeten worden. Dus wij ook maar terug naar de camping om wat te eten en te drinken.

Toen we weer wat treinen hoorden rijden, zijn we pas terug gegegaan. En jawel, na 15:00 werd het rooster weer opgevolgd. Wij dus met een andere stoomtrein naar de expositie om de poster te halen en een Fouée met Nutella voor Jolanda gehaald. Fouées schijnt een echt plaatselijke specialiteit te zijn. En toen maar weer wachten op de trein. Maar ditmaal vonden we het niet erg.

Weer met een andere stoomtrein naar het eind en terug (lijkt Lord of the Rings wel...) naar de 'gare'.

Verder buiten gezeten totdat we geen zon meer hadden. Dan werd het fris en we voelen ons al niet opperbest en dus vonden wij het vlakaf koud. Dus naar binnen, gegeten en verder gelezen.

Morgen vroeg op om de vide-greniers te gaan doen. Jolanda heeft het geld, John de handen om het te dragen. Nooit zeggen dat we geen taakverdeling hebben :)

Zondag 12 mei

Vandaag met wekker opgestaan want er stonden vide-greniers op het rooster en daar wilden we niet te laat naar toe.

De eerste was in La Chapelle-aux-Naux. Dat stond goed aangegeven en was goed georganiseerd. Onze buit was hier: een metalen kastje, kanten doekjes (om te gebruiken als vitrage in ons poppenhuis), 2 kaarskandelaars, een klein spiegeltje op een voetje voor op het kaptafeltje. Voor John een WII spel "Bienveue chez les Ch'ti" (geheel in het Frans/Ch'timi om beter Frans te leren) en een kristalen karafje om een roos ofzo in te zetten.

      

   

Toen naar St-Pierre-des-Corps wat een dorp/plaats was dat vergroeid was met Tours. En uiteraard stond er niets aangegeven en was er niets te vinden. Vandaar dat wij altijd minstens 5 vide-greniers op ons lijstje zetten.

De volgende was in St-Antoine-du-Rocher. Die was door het hele dorp. En hier was onze buit een kacheltje en salontafel voor in ons poppenhuis. En als afsluiter een 3-tal luiken. Toen moesten we wel naar de auto lopen.

.

      

Omdat het nog geen 12:00 was toch nog een gedaan, namelijk die in Morand. En hier was de buit een spiegel, onderrokje, houten paard en 4 jampotten. Om dit af te sluiten hebben we ons daar gelijk getracteerd met een frietje. Heerlijk!

Toen terug naar de camping in Rillé. Onderweg zagen we een bekende caravan rijden. Onze Franse buurtjes! Die bleken dus uit de buurt te komen (dept. 37). Lekker buiten gezeten, wijntje drinken, verslag schrijven en ondertussen naar de treinen kijken. Heerlijk.

Maandag 13 mei

Een beetje uitgeslapen, opgeruimd en schoongemaakt. Toen naar de receptie om Facebook op de ordinateur te bekijken. Die was bezet en dus zijn we de foldertjes maar even ingedoken. De jongedame van de receptie had nog wat leuke ideëen. Het Château de Brézé. Dat was een soort kasteel op een kasteel! Eigenlijk heeft het een uniek en zeer uitgebreid grottenstelsel onder het kasteel en de sloten. Hier werd daadwerkelijk geleefd en had een bakkerij, stallen en ze maakten er zijde van rupsen. En uiteraard was het verdedigbaar door een ophaalbrug en loopbrug.

En verder had ze nog als hint het plaatsje Turquant. Volgens haar zeggen waren het winkeltjes 'artisinale' die in de berg zaten.

Dus wij rond 12:00 naar Brézé. Een leuke binnendoor route met alleen een lang, recht, saai stuk door het bos.

      

Het château was inderdaad heel bijzonder. Het kasteel leek lager te liggen dan andere. En de "gracht" was heel diep. Dit kasteel stond dus bovenop het oude kasteel en aan de buitenzijde van de grachtenwand lagen dus nog meer ruimtes van het oude kasteel. Ook zat daar een wijnmaker die nog niet zolang geleden was gestopt. Het ondergrondse was vrij donker en niet echt gemakkelijk te belopen. Dus Jolanda bleef lekker buiten in de zon. Na het ondergrondse kasteel, nog een wandeling gemaakt in het huidige kasteel. Niet overal, want er wordt een gedeelte nog bewoond. Vreemd genoeg hebben wij geen shop kunnen vinden...

Toen naar het dorpje Turquant. Het 'artisinale' gedeelte konden het in eerste instantie niet vinden, maar het bleek een straatje te zijn, waar de winkeltjes inderdaad in de berg zaten en allerlei handgemaakte spulletjes verkochten, zoals glaswerk. We vonden het heel erg leuk, maar niet leuk genoeg om werkelijk naar binnen te gaan. Mochten ze open zijn natuurlijk.

Toen terug gereden. In Bourgueil nog even bbq vlees wezen halen in een Hyper U.

Tussen Saumur en Gizeux zitten enorm veel wijnboeren, waarvan sommige (ooit) heel veel geld hadden en dat was aan de gebouwen endergelijke te zien.

Ondertussen zijn we van 2 caravans en 1 camper naar alleen 2 caravans gegaan. En 1 ervan is een Duitser. Wat een wereld :)

Dinsdag 14 mei

Uitgeslapen en uitgebreid ontbeten. De baguette en criossants waren bij ons afgeleverd! Dat kwam omdat er helemaal niemand op de receptie aanwezig was.

En om 13:30 reden we naar Tours toe. Een parking hadden we gevonden bij 'Les Halles' en naar de oude binnenstad gelopen. Het was ons niet helemaal duidelijk waar het centrum was, maar het centrum blijkt opgedeeld te zijn in quartiers. Wij begonnen in het quartier rondom Place Plumereau. Die wijk bestond alleen uit cafe's, bars en restaurants. Kortom gefixeerd op eten en drinken. Dat vonden we een beetje vreemd. "Was dit alles?". Nee, toen wij naar de Cathédrale Saint-Gatien liepen kwamen we door quartier de la Cathédrale. En die had winkeltjes met allerlei speelgoed en antiek. Fantastisch! En we kwamen nog een hele aardige stille teckel tegen. Die hebben we gelijk maar meegenomen.

Tussendoor kwamen we nog langs een gigantische winkelboulevard. Die hebben we dus gemist, maar de parkeermeter was maar voor een paar uur en onze beentjes werden steeds korter. Kortom, een leuk centrum!

Toen weer terug, lekker biertje gedronken en pizza's gemaakt. Het is nog steeds te koud om buiten te zitten en het was inmiddels behoorlijk gaan waaien. Jammer, niet echt lekker.

Woensdag 15 mei

Vandaag naar Amboise. Eerst even langs la Pagode Chanteloup gereden. We konden niet dichtbij komen, maar we wilden ook niet echt naar binnen. Een Chinese tuin trok ons niet echt en een kilm in een Pagode leek Jolanda niet echt lekker. Wel uiteraard een foto vanaf de poort geaakt. Toen naar het parc Mini-Château. Het zag er naar uit dat we de enigste bezoekers waren, maar we waren nummer 3 en 4 van de 6.

Geen foto's dus met vreemde mensen er op. Ze hebben hier 41 château's op schaal staan. Fantastisch!En het bleek dat we van al deze châteaux er maar een aantal bezocht hadden, namelijk Rigny Ussé, Villandry, Amboise, Le Clos Lucé, Chenonceaux, Chambord. We zulen zo nooit allemaal bezoeken, maar er zaten er wel een paar bij die we ooit nog eens zien, zoals Les Réaux, Montreuil Bellay, Chateau Guillaume, Cité médievale de Loches, Sarzay, Blois en Langeais.

Toen naar het centrum van Amboise. Dat blijft gezellig. In een touristisch winkeltje een stoffen schildje gekocht van Frankrijk voor op ons boek met reisverslagen. En een ijsje gekregen van Jolanda. Heerlijk zelfgemaakt Italiaans ijs bij eens van die zaakjes tegen over het château.

Op de terugreis nog even langs die brocante zaak gereden, waar we in 2007 die paspop gekocht hadden. Die was vlak bij de Eglise Saint-Denis te zijn. Maar die hadden ditmaal niet veel leuke dingen. Toen nog even langs een depot-vente waar we tijdens de zoektocht langreden. Jolanda heeft wat grappige decoratie dingetjes en een paar koekjes vormen gekocht.

Op de camping bij de vuurplaats een van onze wegwerp bbq's aangestoken. Helaas een niet al te beste, dus het duurde heel, heel, heel lang voordat ons vlees niet-rauw was. Morgen halen we aanmaakblokjes bij de Super U. En dan gaan we heerlijk bbq-en met de kooltjes die ze hier bieden met onze aanmaak-zet-alles-in-de-brand-blokjes.

Ze hebben hier heel veel van die vreemde torren/kevers rondvliegen. Ze zijn traag, doen niets en liggen het liefst op hun rug. Rara wat zijn dat? Geen Surinaamse kevers, maar meikevers!

Donderdag 16 mei

We wilden naar het Musée de la Poire Tapée rijden en dan boodschappen doen. Na nog eens de openingstijden bekeken te hebben, kwamen we erachter dat deze pas om 14:30 open ging. Dus onze plannen van de dag gingen aan duigen. Dan maar boodschappen doen en gaan hangen. De Super U heeft ontzettend veel 5 liter BIB-jes. We hebben bijna van alles een meegenomen, Ventoux, Côte-du-Rhone, Bergerac, Merlot, Muscadet (wit), Cinsault Grenache (rose), Cahors en Corbières. Thuis bottelen en lekker proeven. We moeten echt de van thuis uit de dichtstbijzijnde Super U zien te vinden.

Vrijdag 17 mei

Vanochtend lag het brood alweer op de stoel bij onze caravan. Ze zijn hier echt heel erg vriendelijk. We hadden geen afwas, dus na het ontbijt en het optutten konden we gelijk naar Loches. Dat was bijna anderhalf uur rijden en we zijn zo dicht mogelijk bij de poort gaan staan. Loches is een echte vestingstad, zoiets als Carcassonne en die stond op ons lijstje om te bezoeken. Alleen voor het château en de donjon moest je een ticket kopen.

      >

In de kerk Collegiale St. Ours lag Agns Sorel opgebaard in een sarcofaag met ontzettend mooi beeldhouwwerk.

In het château had Jeanne d'Arc aan een dauphin gevraagd om naar Reims te komen om zich als koning te laten zalven. Hoe dat precies zat moeten we nog eens uitzoeken. Mischien dat we zelfs ook een boek over haar gaan kopen?

En Agnes Sorel heeft hier gewoond. Zij was de eerste officiele maitresse van Koning Karel VII. En zij was beeldschoon. Maar precies weten we het niet, want er zijn wel schilderijen, maar die laten een andere Agns zien. Ze hebben aan de hand van haar schedel een gezicht weten te reconstueren.

En toen door de donjon. Een enorm rechthoekig gebouw met helemaal niets er meer in, want vroeger waren de vloeren van hout. En die gingen niet zo lang mee.

Maar eerst de kerkers in. John dan, Jolanda had haar buik vol van donkere koude en sombere ruimtes. Dus John van kerker naar kerker. En trapje af en nog maar iets verder naar beneden. Na een behoorlijke wandeling hield het dan eindelijk op. En inderdaad, de kerkers waren onmenselijk. Ik denk dat doodgaan nog vele malen leuker is dan een jaar in zoiets zitten. Ook nog de kerker van Ludovic Sforza gezien. Die werd met veel respect behandeld en had daardoor privileges en had zijn eigen latrine, een nar, mocht bezoek ontvangen en op de binnenplaats wandelen. Als kunstliefhebber eb beschermheer van Leonardo da Vinci verfraait hij zijn cel met schilderingen. Wel aardig, maar geen meesterwerk. En toen kon John maar 1 kant op. Rechtdoor naar de uitgang van het museum. Maar Jolanda zat nog boven... Gelukkig was de uitgang van de kerkers op hetzelfde binnenplaatsje als waar Jolanda zat.

Toen naar de donjon zelf. "Oh leuk, je kunt helemaal naar boven". Dus Jolanda weer terug naar haar binnenplaatsje en John helemaal naar boven. Op all verdiepingen hadden ze een soort loopbrug gemaakt en alleen de trappen waren origineel en ongeveer 50 cm breed. De bovenste verdieping was echt hoog, dus je komt boven, neemt een foto en speert hem weer naar beneden in de hoop dat die gelukt is. Anders: Google! En weer naar de uitgang gelopen.

Loches is heel erg mooi en uitgebreid.

En toen even langs het Musée de la Poire Tapée de Rivarennes gereden. Jawel, een "geplette peren" museum. Daar zullen we heus wel de eerste en laatste bezoeker van de dag zijn. Dus niet! Het zat buiten en binnen vol met een paar Fransen en een hoop Britten. Voor ons ging een Italiaans stelletje eerst naar binnen. En Italianen zijn leuk joh. Je kunt nog meer plezier beleven met ongekookte spaghetti.

   

   

De vrouw van het museum was ontzettend vriendelijk en was lekker in het Frans aan het babbelen met ons. Vreemd genoeg begrepen we haar wel degelijk. Eerst een filmpje kijken over de geschiedenis van de poire tapée. Poire tapée is eigenlijk een gedroogde peer die heel lang houdbaar was en dus vroeger heel populair. Rond 1932 was de poire tapée zo goed als verdwenen en in 1987 hadden een groep bewoners bedacht om dit weer te maken. Er was maar 1 inmiddels zeer oude vrouw die dit nog wist en zo zijn ze het opdezelfde wijze weer gaan maken.

Maar de vraag was erg groot, dus hebben ze alleen het droogproces veranderd. Het pletten van de peren gaat nog steeds met de hand en opdezelfde wijze als vroeger. En dat om het laatste vocht er uit te persen. Echt leuk!

Toen konden we gaan degusteren, toen de meeste Britten vertrokken waren. We kregen 3 schoteltjes met verschillende gedroogde peren en dus totaal verschilenden smaken. Er was 1 erg lekker en dat was de "Japoule". Het tweede deel van de degustatie was een gedroogd peertje in rode wijn met een beetje suiker en kaneel. Die had 24 uur staan hydrateren, ofwel volzuigen. Zij noemde dat "foux", meer dan 36 uur erover doen om een gedroogd peertje te krijgen om het dan in 24 uur vol te laten zuigen. Maar het resultaat was er zeker naar! We hebben een receptenboekje en 2 zakjes Poire Tapée Japoule meegenomen. Gaan we thuis iets mee doen, bij het eend.

Terug naar de camping, Facebook gelezen en gevraagd voor het restaurant. Die ging vanavond niet open, want er was vrijwel niemand op de camping. Lullig voor ons, maar wel begrijpelijk. Toen we om een bakje bevroren frietjes vroegen kregen we die zelfs. Maar morgenavond en zondagavond kunnen we gaan eten. We kijken er naar uit.

Vandaag was prachtig weer, zelfs warm, maar toen wij buiten gingen zitten kwam er weer zo'n donkere wolk over en werd het plaatselijk nattig. Morgen beter...

Zaterdag 18 mei

Vandaag stond er helemaal niets op het programma.

We hebben alleen een rondje 'spoorlijn' gelopen met de hondjes en toen maar binnen zitten lezen enzo. Buiten was het 14 graden, maar het koelt door de regen af. Jammer, het regent pijpenstelen. Vanavond eten in het restaurant van de camping. We zijn benieuwd!

Om 18:00 naar de bar gelopen en een lekkere Kir gedronken. Het was erg gezellig, terwijl er heel wat kinderen rondliepen. Om 19:00 konden we bestellen en we namen een entrecote en een steak. En vergezeld met een 'pot' Vin Rouge de Bourgueil. Het eten was heerlijk, maar de wijn was echt fantastisch!. Later gevraagd of ze die ook op fles hadden, maar deze wijn die wij hadden gehad kwam uit een bib. Maar de fles Saint Nicolas de Bourgueil "Les Graviers" die ze wel verkochten moest net zo lekker zijn. En dat was hij zeker! Het was een Cabernet Franc. Een heerlijke combinatie. Erg fruitig en tot op het laatste glas in de fles proefde je hem.

Zondag 19 mei

Vroeg op, want het was weer een vide-grenier dag. Brood gehaald en gevraagd of ze nog een doosje van die lekkere wijn hadden. Hij had alleen losse flessen, maar gaf een folder mee van de vigneron. Deze zat in St. Nicolas de Bourgueil. Als we in de buurt kwamen konden we er langsrijden en we kregen als hint dat hij daar ook goedkoper was.

De eerste vide grenier was in Gizeux. Eentje die door het gehele centrum van het dorp liep. Onze buit was hier een paar bakblikken en kopjes met schotels om op een kaarsenkroonluchter te bevestigen.

De volgdende was in Benais met wel 360 exposanten. En die konden we geen van allen vinden, dus door naar de volgende in Rigny-Ussé. Maar, zoals we het al vaker hebben meegemaakt, bleek hij op het voetbalveld te zijn buiten het dorp. Van de 360 exposanten waren er maar 5 op komen dagen, dus dit werd een korte. Waarschijnlijk zijn de meeste afgehaakt door het voorspelde slechte weer. Jolanda had vrij snel een soepterrien gescoord en we bleven even discusi‘ren bij een aantal luiken. Hij vroeg er €20 voor per stuk (dubbele luiken). Jolande wilde er 2 en dus zijn we uitgekomen op €30. Hij heeft ze zelfs naar de auto gedragen, ze waren van massief hout en dus veel zwaarder als dat ze er uit zagen. We konden gelijk de auto helemaal opnieuw indelen voor de terugreis, anders hadden we dat op de camping moeten doen.

   

En toen was ons budget op... En dus konden we weer terug naar de camping. Nou dan nog even geprobeerd om bij de vigneron Nathalie & David Drussé langs te gaan. Het is een feestdag en een zondag, maar wie weet?

Die bleek vrij dichtbij te zijn en toen we aankwamen zagen we overal "ouvert", maar de deur was toe. Toen we parkeerden kwam David zelf al naar ons toe gelopen. Of we wilden proeven? Nou dat wilden we wel. Het was geen record, want het was net 10:00 geweest. Het record stond op 09:00 in St Jean-le-Centenier. Hij sprak gelukkig een beetje Engels en dus konden we een goed gesprek voeren. Hij vond het leuk dat we van Huttopia kwamen.

Eerst een Saint Nicolas de Bourgueil "Rosé" geproefd, de rode Saint Nicolas de Bourgueil "Les Graviers" die we de avond daarvoor hadden gedronken hebben we overgeslagen, toen een Bourgeuil "Leroy de Restigé" en als laatste een Saint Nicolas de Bourgueil "Les Vieilles Vignes". De rosé vonden we een beetje laf, maar wij zin toch meer voorstanders van rood. Dus 12 flesjes van "Les Graviers", 6 van "Leroy de Restigé" en 6 van "Les Vieilles Vignes" genomen. Heerlijk om van te genieten de komende maanden. We kregen zelfs nog folders mee zodat we vanuit Nederland konden bestellen!

   

Op de camping alles opgeruimd en in de auto gezet. Het ergste was het voorraad tentje van Quechua. Je staat naar de gebruiksaanwijzing te kijken en het lukt voor geen meter. De laatste keer een kwartier bezig geweest, nu maar 2 minuten (puur geluk).

En toen binnen afwachten tot de bar weer open was en we weer konden gaan eten. Vanavond nemen we pizza, want dat rook gisteren heerlijk!

Maandag 20 mei

Weer vroeg op, opgetut. Daarna pain, croissants, rozijnenbroodjes en chocoladebroodjes gehaald.

Croissantje genuttigd en toen maar gaan inpakken. Het was niet veel meer en na het stenigen van de piepende teckels en moeilijke manouvres op het campingterrein reden we om 09:00 precies weg.

Uiteraard in de miezer die later regen werd.

Om een saai en depressief (grijs) verhaal kort te maken... We kwamen om 17:30 thuis. De auto leeggehaald en een paar belangrijke spullen uit de caravan gehaald. Oh ja, de koelkast was lekker aan het ontdooien geslagen. Maar goed dat we niet veel er in hadden... Maar goed, we waren thuis en moeten nog lang genieten van de heerlijke herrinneringen.

 

In parc Mini-Château staan:

Saumur, Anger, Les Réaux, Abbaye de Fontevraud, Montreuil Bellay, Azay Le Ferron, La Guerche, Le Bouchet en Brenne, Chateau Guillaume, Cité médievale de Loches, Montpoupon, Azay Le Rideau, Rigny Ussé, Villandry, Amboise, Le Clos Lucé, La Bourdaisière, Nitray, Chenonceaux, Montrésor, Valencay, Troussay, Sarzay, Sallanges, La Pagode de Chanteloup, Chaumont, Cheverny, Beauregard, Chambord, Sully sur Loire, La Bussière, Chamerolles, Talcy, Blois, Chateaudun, Champchevrier, Le Lude, Gizeux, Langeais, Brissac en één onbekende.

 

Uit Wikipedia:

Jeanne d'Arc

Geboren rond 1412 te Domrémy
Gestorven 30 mei 1431 te Rouen
Verering Rooms-katholieke Kerk
Zaligverklaring 18 april 1909 te Parijs, Notre-Dame door Paus Pius X
Heiligverklaring 16 mei 1920 te Rome, Sint-Pietersbasiliek door Paus Benedictus XV
Naamdag 30 mei

Jeanne d'Arc (Domrémy, Lotharingen, ca. 1412 – Rouen, Normandië, 30 mei 1431), bijgenaamd de Maagd van Orléans, is een nationale heldin van Frankrijk.
Als jong meisje van eenvoudige afkomst speelde ze een beslissende rol in de Honderdjarige Oorlog tussen Engeland en Frankrijk, wat in het tijdskader een opmerkelijke prestatie was. Op negentienjarige leeftijd werd ze door een partijdige kerkelijke rechtbank veroordeeld en stierf ze op de brandstapel in Rouen.
Vijfentwintig jaar na haar dood liet Paus Calixtus III het proces herzien, ze werd onschuldig bevonden en kreeg bij de plechtige uitspraak van het proces op 7 juli 1456 de titel van martelares.
In 1909 werd ze uiteindelijk zalig verklaard door de Rooms-katholieke Kerk en in 1920 volgde dan de heiligverklaring. Ondertussen wordt ze gerekend tot de patroonheiligen van Frankrijk samen met Dionysius van Parijs, Martinus van Tours, de heilige Lodewijk en Theresia van Lisieux.

Inhoud

1. Context

Jeanne werd geboren tijdens de Franse Burgeroorlog, een bijzonder woelige periode in de Honderdjarige Oorlog tussen Engeland en Frankrijk, die samenviel met het Westers Schisma. Aan de basis van de Franse Burgeroorlog lag de moord op Lodewijk I van Orléans, de vierde zoon van Karel V en Johanna van Bourbon en broer van Karel VI de koning van Frankrijk van 1380-1422. De hertog van Orléans werd vermoord op 2 november 1407 in opdracht van Jan zonder Vrees, hertog van Bourgondië. De aanleiding voor deze moord was de concurrentie tussen de Bourguignons en de Armagnacs in verband met het regentschap over het koninkrijk. De ooms van Karel VI regeerden Frankrijk tussen 1380 en 1388 omdat de koning te jong was om zelf te regeren. Vanaf 3 november 1388 zal de koning zelf regeren, maar in augustus 1392 kreeg Karel een zware aanval van waanzin en doodde daarbij vier van zijn begeleiders. Vanaf dan had de koning heldere periodes waarin hij zelf trachtte te regeren afgewisseld met periodes van waanzinnigheid waarin de regering werd overgenomen door zijn ooms. Na het Bal des Ardents op 28 januari 1393, waar de koning slechts op het nippertje aan de dood ontsnapte dankzij de tegenwoordigheid van geest van zijn tante Jeanne de Boulogne, slaat de waanzin compleet toe.


Chronique de Froissaer, British Library, Harley 480, f1r.

Vanaf 1393 werd het land dus weerom bestuurd door een regentenraad voorgezeten door Isabella van Beieren, de koningin en met als leden Filips de Stoute, zijn zoon Jan zonder Vrees en Jean de Berry maar Lodewijk van Orléans won meer en meer aan invloed, men beweerde zelfs dat hij de minnaar was van de koningin. Na de dood van Filips de Stoute nam Lodewijk van Orléans de touwtjes in handen, hij profiteerde van de affectie van zijn broer tijdens diens heldere momenten en van zijn invloed op de koningin tijdens de ziekteperiodes van de koning en wist op die manier Jan zonder Vrees opzij te zetten. Met een dreigende inval van de Engelsen als voorwendsel verhoogde hij de belastingen om de opbrengst daarvan voor eigen profijt aan te wenden. Negentig procent van zijn inkomen kwam uit de koninklijke schatkist. Jan zonder Vrees kreeg het volk op zijn hand door belastingsverminderingen en hervormingen van het beleid te beloven.

De moord op Lodewijk was het begin van de burgeroorlog. Karel van Orléans wilde zijn vader wreken en bij zijn huwelijk met Bonne, de dochter van Bernard VII van Armagnac vormde hij een bondgenootschap tegen de hertog van Bourgondië met zijn schoonvader, de hertogen van Berry, Bourbon en Bretagne en met de graven van Alençon en Clermont. Bernard VII ondernam met huurlingen die hij rekruteerde in het zuiden, strooptochten tot in de directe omgeving van Parijs maar werd op 9 november 1411 verslagen door Jan zonder Vrees in Saint-Cloud. In 1413 slaagde Jan zonder Vrees erin om de Parijzenaars in opstand te laten komen en de macht te grijpen. Maar door het schrikbewind dat gevoerd werd door zijn medestanders de Cabochiens kwam de bevolking massaal in opstand en konden de Armagnacs terug de macht grijpen.


De Slag bij Azincourt op een vijftiende-eeuws miniatuur

De Engelsen maakten van de gelegenheid gebruik om beide partijen tegen elkaar op te zetten door het afsluiten van verdragen of het afkopen van hun neutraliteit. Zo sloten de Armagnacs in 1412 een verdrag met Hendrik IV waarbij ze hem de Guyenne afstonden en hem erkenden als soeverein van Poitou, de Angoulême en de Périgord. Jan zonder Vrees van zijn kant ontzag de Engelsen, omdat hij de wolleveringen in het rijke Vlaanderen niet in gevaar wilde brengen. In 1415 hernamen de Engelsen de vijandelijkheden. Jan zonder Vrees bleef rustig toekijken als het Franse leger, dat voornamelijk bestond uit aanhangers van de Armagnacs, bij Azincourt verpletterend verslagen werd.

Door verraad werd op 29 mei 1418 Parijs opnieuw ingenomen door medestanders van Jan zonder Vrees. Vele Armagnacs, waaronder Bernard VII, werden door het gepeupel vermoord. Jan zonder Vrees begon onderhandelingen met de Engelsen en leek bereid de aanspraken van de Engelse koning op de Franse troon te gaan steunen. De dauphin Karel VII zocht toenadering tot Jan zonder Vrees die op dat moment een groot deel van Frankrijk in zijn macht had en er worden onderhandelingen tussen beide partijen opgestart. Bij een van die ontmoetingen werd Jan zonder Vrees vermoord op de brug van Montereau-Fault-Yonne op 10 september 1419. Elk vergelijk werd daardoor onmogelijk en Frankrijk dreigt ten onder te gaan. Philips de Goede, de zoon van Jan zonder Vrees allieert zich met de Engelsen. Het gevolg van dit alles was dat Isabella van Beieren met Hendrik V in 1420 het Verdrag van Troyes sloot dat bepaalde dat Karel VI na zijn dood zou opgevolgd worden door de zoon geboren uit het huwelijk van Hendrik V van Engeland en Catherina van Frankrijk. De Dauphin, Karel VII, werd van de opvolging uitgesloten, maar de meerderheid van de Franse adel verzet zich hiertegen.

Bij de dood van Karel VI in 1422 had Frankrijk geen koning meer die gezalfd en gekroond was in Reims. Engeland eiste de kroon op voor Hendrik VI die op dat moment nog geen jaar oud is. De dauphin van zijn kant twijfelde zelf aan zijn afkomst en aan zijn rechten op de troon, met het verdrag van Troyes had zijn moeder zich hiermee trouwens akkoord verklaard. Ook op het terrein is de situatie uiterst ongunstig voor hem, het zuidoosten en het grootste deel van het noorden van het land waren onder Engelse controle met uitzondering van het onafhankelijke Bretagne. Bretagne zal niettemin een belangrijke rol spelen op het einde van de Honderdjarige oorlog door de blokkade van Bordeaux. Het is in deze voor de dauphin vrij uitzichtloze situatie dat Jeanne een doorbraak zal forceren.

2. Haar leven.....


Het geboortehuis van Jeanne d’Arc

2.1 Haar jeugd

Jeanne werd waarschijnlijk geboren in 1412 op de boerderij die eigendom was van haar vader, dicht bij de kerk van Domrémy. Domrémy was toen een dorpje gelegen in het grensgebied tussen de Champagne, de Barrois en Lotharingen. Tegenwoordig heet het dorp Domrémy-la-Pucelle ter ere van Jeanne. Ze was de dochter van Jacques d’Arc en Isabelle Devouton (of de Vouthon). Haar vader was een 'laboureur'] en dus in de toenmalige situatie geen arme man. De familienaam in documenten uit die periode werd geschreven als Darc, Tarc, Dare, Day. Ze werd Jehanne genoemd, waarschijnlijk naar haar moeders zus Jehanne Lassois of naar een van haar meters Jehanne Royer of Jehanne de Viteau. De andere kinderen in het gezin waren Jacquemin, Jean, Pierre en Cathérine.


Notre Dame de Bermont, nu in de crypte van de Basilique du Bois Chênu.

Tijdens haar proces verklaart ze zelf dat ze Jehanne heette en in Frankrijk waar ze later naar toe ging, Jeanne genoemd werd. Ze dacht dat ze negentien was en ze was geboren in "Donremy qui est tout un avec Grus".] Van haar moeder had ze het Pater Noster, het Ave Maria en het Credo geleerd en niemand anders had haar onderwezen sinds haar geboorte. Op de 9e zitting van haar proces verklaart Jeanne dat ze kan naaien en weven en dat ze het hierin tegen elke vrouw van Rouen wil opnemen.

Volgens de getuigen uit haar dorp die werden opgeroepen tijdens het rehabilitatieproces was ze een goed, eenvoudig, levenslustig en aangenaam kind dat plichtsbewust haar moeder hielp en graag werkte. Ze ging ook graag naar de mis en ging dikwijls bidden en kaarsen offeren in de kapel van Notre Dame de Bermont bij de kluizenarij van Bermont. Jehanne moet een godvruchtig meisje geweest zijn want er zijn verschillende getuigen die verklaren dat ze ook tijdens het werk op het veld neerknielde om te bidden als de kerkklokken opriepen tot gebed. Niettemin was Jeanne volgens diezelfde getuigen geen pilarbijtster maar speelde en vierde ze mee met de jeugd van het dorp. De verhalen rond Jeanne d’Arc hebben van haar een herderinnetje willen maken dat in de weiden met de schapen ronddwaalde maar dit strookt niet met de getuigenverklaringen. Ze was een boerenmeisje dat zich, zoals alle boerenmeisjes in die tijd, vooral bezighield met de werkzaamheden in en om het huis en haar broers en vader hielp op het veld waar nodig.

2.2 Van Domrémy naar Chinon : 1428 - februari 1429


Jules Bastien-Lepage 1879, Jeanne heeft een visioen in de tuin van haar vader

Gedurende de ondervraging van de negende zitting, de tweede keer dat Jeanne zelf ondervraagd werd, verklaarde ze dat ze dertien was toen ze voor de eerste keer de stem van God hoorde. Ze was heel bang de eerste keer en ze verklaarde dat het gebeurde op de middag in de tuin van haar vader. De stem kwam van rechts van de kant van de kerk en ging niet gepaard met een grote ‘klaarte’ zoals het daarna wel dikwijls het geval was. De stem droeg haar op om zich goed te gedragen en veel naar de kerk te gaan en ze zei ook dat Jeanne naar Frankrijk moest gaan. De stem drong aan op dit punt en zei dat Jeanne het beleg van Orléans moest breken. Eerst moest ze Robert de Baudricourt opzoeken om steun te vragen want zij was maar een eenvoudig meisje dat niet kon paardrijden noch oorlog voeren. Ze ging dan acht dagen bij haar oom logeren en vraagt om haar naar Vaucouleurs te brengen waar ze de kapitein Robert de Baudricourt onmiddellijk herkent met de hulp van de stem. Na twee vergeefse pogingen krijgt ze de derde keer een onderhoud en geeft Robert de Baudricourt haar de escorte waarom ze vroeg. Na nog een bezoek bij de hertog van Lotharingen in Nancy vertrekt ze van Vaucouleurs gekleed als man met een degen die ze gekregen had van de kapitein onder begeleiding van een ridder en diens schildknaap en vier mannen. Ze komt zonder probleem bij het kasteel van Chinon waar de dauphin verblijft.

Bij de ondervraging tijdens de 11e zitting van haar proces op 27 februari 1431 zal Jeanne de stemmen identificeren als zijnde de stemmen van de heilige Catharina en van de heilige Margaretha en ze zouden zich zelf bekend gemaakt hebben aan Jeanne. Ook de aartsengel Michaël sprak regelmatig tot haar volgens haar getuigenissen. Die drie heiligen waren in de middeleeuwen zeer populair en maakten voor Jeanne deel uit van haar dagelijks leven, ze zag ze ongetwijfeld regelmatig in de kerken die ze bezocht, van Margaretha was er een beeld in de kerk van Domrémy en van Catharina in de kerk van Maxey-sur-Meuse.


Het kasteel van Chinon vanaf de rechteroever van de Vienne. Links het Fort du Coudray en rechts het Château du Milieu.

Op 2 februari 1429 komt ze aan in Chinon en wordt twee dagen later door de dauphin ontvangen in zijn privé vertrekken, en niet in de grote zaal, en het moet daar geweest zijn dat ze met Karel haar missie besprak. Het verhaal dat ze tijdens een grote receptie Karel herkende die gekleed was als een gewoon edelman, werd slechts door één auteur vermeld. Jeanne kondigt vier evenementen aan: de bevrijding van Orléans, de kroning van Karel in Reims, de bevrijding van Parijs en de vrijlating van de hertog van Orléans die bij Azincourt was gevangengenomen door de Engelsen. Hierop wordt Jeanne door de koning naar Poitiers gestuurd om ondervraagd te worden door de geleerden van de universiteit van Parijs die daar hun onderkomen hadden gezocht bij de inname van Parijs door de Engelsen. De notulen van deze ondervragingen zijn verloren gegaan, alleen de conclusies die aan de dauphin werden gestuurd zijn bewaard gebleven en zijn zeer lovend over Jeanne. Naast de ondervraging door de doctors in de theologie werd Jeanne ook nog onderzocht op haar maagdelijkheid omdat een gezondene van God ongetwijfeld maagd moest zijn en om de laster van de tegenpartij te ontkrachten, die noemden haar de hoer van de Armagnacs, bovendien kon een maagd geen heks zijn.

Karel geeft uiteindelijk zijn akkoord dat ze naar het belegerde Orléans trekt, maar niet aan het hoofd van een leger maar met een bevoorradingskonvooi. Jeanne werd eerst naar Tours gebracht om haar de nodige wapenrusting te maken. Twee van haar broers komen haar leger vervoegen.

2.3 Orléans (april 1429 – mei 1429)


Jules Eugène Lenepveu 1886-1890, Het beleg van Orléans.

De Engelsen die het noorden van Frankrijk bezetten worden tegengehouden door de natuurlijke grens gevormd door de Loire om op te trekken tegen het zuiden dat trouw gebleven was aan de dauphin. Om een doorgang te forceren moeten ze ofwel Angers ofwel Orléans innemen. Angers wordt beschermd door zijn kasteel en ze besluiten dus Orléans te belegeren. Ze bouwen versterkingen rond de stad maar ze zijn niet met voldoende manschappen om de stad volledig te omcirkelen. Na de mislukte aanval op een Engels bevoorradingskonvooi door de Frans-Schotse troepen op 12 februari 1429 (La journée des Harengs) zijn de verdedigers volledig gedemoraliseerd. Op 29 april komt Jeanne met haar leger van 4000 man en de bevoorrading aan in Orléans en wordt enthousiast ontvangen door de bevolking. Door het vertrouwen dat ze uitstraalt en haar enthousiasme weet ze de Fransen opnieuw te motiveren.

Op 1 mei 1429 veroveren de Fransen onder de leiding van Jeanne de versterking van St. Loup en op 5 mei neemt Jeanne de versterking Saint Jean le Blanc. ‘s Anderendaags forceert Jeanne een nieuwe uitval tegen de beslissingen van de legerleiding onder Jean d’Orléans in en verovert de vesting Saint Augustins. De legerleiding komt dan bijeen zonder Jeanne erbij te betrekken en besluit op versterkingen te wachten maar zij wil de hoofdmacht van de Engelsen bij Les Tourelles aanvallen op 7 mei en in de nacht van 7 op 8 mei heffen de Engelsen het beleg op en trekken weg.

In hoeverre Jeanne echt zelf betrokken was bij de militaire operaties is nog steeds het onderwerp van discussie. Traditionele historici zien haar als de vaandeldraagster die erin lukte het moreel van de troepen op te krikken. Anderen zijn van oordeel dat ze wel degelijk betrokken was bij de leiding van de operaties. Iedereen schijnt het er wel over eens te zijn dat dankzij haar optreden het Franse leger een serie van successen kende.

2.4 De campagne van de Loire

Na de nederlaag van de Engelsen bij Orléans gaan de Fransen door op hun elan en willen de bruggen in de Loire vallei heroveren om zo de weg naar Reims vrij te maken. Een deel van de Engelse troepen die van Orléans waren weggevlucht hadden hun kamp opgeslagen bij Jargeau onder de leiding van William de la Pole, de hertog van Suffolk, en wachtend op versterkingen met John van Lancaster beter gekend als de hertog van Bedford, de Engelse regent. Het Franse leger onder leiding van Jean d’Alençon en Jeanne d’Arc krijgt versteking van Jean d’Orléans en Florent d’Illiers en wordt onderweg tegemoet gekomen door de Engelsen. In het gevecht dat volgt kunnen de Fransen optrekken tot bij Jargeau. De volgende dag, de 12e juni, hervatten de gevechten. Suffolk probeert nog een wapenstilstand te bewerken, maar de Fransen gaan door op hun elan en Jargeau wordt diezelfde dag ingenomen. Suffolk wordt gevangen genomen en zijn troepen vluchten naar Meung-sur-Loire en Beaugency.


De brug bij Beaugency

De Fransen trekken verder naar Meung-sur-Loire en op 15 juni 1429 werd ook deze belangrijke brug over de Loire door de Fransen heroverd, het stadje zelf en het versterkte kasteel worden door de Franse troepen ongemoeid gelaten, zij trekken onmiddellijk verder naar Beaugency een klein stadje op de noordelijke oever van de Loire waar zich eveneens een strategische brug bevond. In Beaugency trekken de Engelsen zich terug in de citadel in het midden van de stad. Als Jean d’Alençon de informatie krijgt dat er Engelse versterkingen uit Parijs onderweg zijn start hij onderhandelingen met de Engelsen, die de stad opgeven maar ongemoeid mogen vertrekken.

De campagne van de Loire zal afgesloten worden met de slag bij Patay op 18 juni, de enige echte open veldslag in de campagne. Het Engelse leger stond onder de leiding van John Fastolf die met versterkingen uit Parijs was aangekomen. De troepen uit Beaugency hadden zich bij hem gevoegd. De Engelsen betrouwden op hun gebruikelijke tactiek, die hen sinds de slag bij Crécy de ene overwinning na de andere had bezorgd namelijk hun uitzonderlijk goed getrainde beroepskorps van longbow schutters. Dit elitekorps stak ter verdediging gepunte palen in de grond die de vijandelijke cavalerie tegenhielden en de infanterie zodanig hinderden dat ze ten prooi vielen aan de moordende pijlenregen. Maar bij Patay verrieden ze hun stelling door een hert neer te schieten dat het veld waar ze stonden overstak en met het rumoer dat daarbij ontstond, de aandacht trokken van Franse verkenners. De voorhoede van het Franse leger viel daarop het longbow korps aan op de flanken, waar de verdedigingstellingen nog niet waren uitgevoerd omwille van tijdsgebrek. Het longbow korps werd letterlijk afgeslacht en de Franse cavalerie dreef de Engelsen op de vlucht. John Talbot werd gevangen genomen. Het Engelse longbow korps kwam deze nederlaag nooit te boven en werd nooit meer heropgericht. Wat Azincourt geweest was voor de Fransen werd Patay voor de Engelsen: de complete nederlaag. Er zouden 2000 à 2500 Engelsen gesneuveld zijn op een leger van 5000 man, tegen 5 à 100 Fransen, afhankelijk van de bron.


Ingres 1854, Jeanne d’Arc bij de kroning van Karel VII in Reims

2.5 Reims

Na de slag bij Patay trekt Jeanne naar Loches en overtuigt de dauphin om naar Reims te gaan om zich als koning te laten zalven. De tocht naar Reims ging door Bourgondisch gebied en verliep zonder eigenlijke problemen. Het gezelschap vertrekt uit Gien-sur-Loire op 29 juni. Auxerre stelt zich neutraal op, Troyes capituleert na een belegering van vier dagen waarbij geen slachtoffers vielen en Châlons-en-Champagne opent zijn poorten voor het leger van de dauphin. Op 16 juli komen ze aan in Reims dat ook de poorten opent voor de dauphin. Karel VII wordt op 17 juli 1429 in de kathedraal van Reims, in de aanwezigheid van Jeanne d’Arc, tot koning gekroond en gezalfd door aartsbisschop Regnault de Chartres.

Na de kroning dringt de koning er bij Jeanne op aan om rust te nemen, want de koning had onder invloed van zijn raadgevers, het besluit genomen om niet aan te vallen. Men had wapenstilstanden gesloten met de Bourgondiërs voor 14 dagen. Onder invloed van zijn raadgevers en in het bijzonder van Georges de la Trémoille en Regnault de Chartres wilde Karel VII in de eerste plaats de alliantie tussen Filips de Goede en Jan van Bedford breken. Jeanne moet dus geneutraliseerd worden, want zij wilde naar Parijs optrekken.

Filips de goede breekt echter dit verdrag door van de pauze gebruik te maken om de versterking van Parijs uit te bouwen. Op 4 augustus trekt de hertog van Bedford op tegen het Franse leger vanuit Parijs met een leger van 10.000 man. Karel VII trekt de vijand tegemoet en slaat zijn kamp op tussen Montépilloy en Mont-l'Évêque. Op 15 augustus staan de twee legers tegenover elkaar opgesteld, maar Azincourt indachtig riskeert het Franse leger geen frontale aanval tegen het ingegraven Engelse leger, eigenlijk heeft er geen veldslag plaats. Het koninklijke leger trekt daarna op richting Parijs. Onderweg zijn er nog een aantal steden die Karel VII als hun vorst binnenhalen, waaronder Beauvais. De tegenstanders van Karel VII mochten ongemoeid de stad verlaten. Onder hen was bisschop Cauchon een fervente aanhanger van de Engelsen. Met zijn bisdom verloor Cauchon een belangrijk deel van zijn inkomsten en hij zou het Jeanne nooit vergeven, want hij hield haar verantwoordelijk voor zijn verlies. Jeanne d’Arc met Jan II van Alençon, de maarschalken Gilles de Rais en Jean de Brosse de Boussac voeren op 8 september 1429 een aanval uit op de stadspoort van Saint Honoré. Jeanne wordt bij deze aanval gewond aan het been. ’s Avonds trekken ze zich zonder resultaat terug en Jeanne krijgt bevel van de koning om de vijandelijkheden te staken. De koning trekt zich terug naar de Loire en het leger wordt ontbonden. In oktober neemt Jeanne met haar eigen troep Saint-Pierre-le-Moûtier en slaat het beleg op voor La Charité-sur-Loire, maar tegen kerstmis heft ze het beleg op en keert terug naar Jargeau. Op 29 december 1429 werden Jeanne en haar familie in de adelstand verheven. De originele akte hiervan is verloren gegaan maar er zijn diverse kopieën bewaard gebleven. In 1614 zou Lodewijk XIII deze beslissing voor de familie hebben herroepen omdat ze in de praktijk gewoon volk waren gebleven.

2.6 Gevangenschap


Kasteel van Slly-sur-Loire

Na de expeditie bij La-Charité-sur-Loire kreeg Jeanne bevel om in het kasteel van La Trémouille in Sully-sur-Loire te blijven, maar zonder toelating van de koning trok ze naar Compiègne dat door de Bourgondiërs belegerd werd. Tijdens een uitval uit de belegerde stad en de schermutseling die daar op volgt wordt Jeanne d’Arc gevangen genomen door de Bourgondiërs op 23 mei 1430. In een dergelijk geval was het normaal dat Jeanne zou vrijgekocht geweest zijn voor een losgeld maar Karel VII deed geen enkele poging daartoe. Drie dagen na haar gevangenneming schreef de grootinquisiteur van Frankrijk, waarschijnlijk geïnspireerd door de professoren van de Sorbonne, al een brief aan Philips de Goede met het verzoek haar zo snel mogelijk over te brengen naar Parijs om haar te berechten voor misdaden die aan ketterij deden denken.

Jeanne was de gevangene van Jean II de Luxembourg-Ligny. Om te voorkomen dat ze door de Fransen zou bevrijd worden werd ze overgebracht naar het kasteel van Beaulieu in de Vermandois. Ze geniet er van een mild regime en mag zelfs haar eigen hofmeester Jean d’Aulon bij zich houden. Niettemin waagde ze hier een eerste ontsnappingspoging. Daarop werd het besluit genomen haar weg te brengen uit de gevechtszone en haar onder te brengen in het kasteel van Beaurevoir waar ze goed werd opgevangen door een tante van Jean de Luxembourg, Jeanne de Luxembourg-Saint-Pol en door Jeanne de Bethune zijn echtgenote. Ze kon bezoek ontvangen en werd op de hoogte gehouden van de situatie bij Compiègne. Niettemin besluit ze een tweede ontsnappingspoging te wagen door uit een venster in de toren te springen van op 21 meter hoog. Ze werd daarbij ernstig gewond. Daarop werd ze door de Bourgondiërs overgebracht naar Arras. Cauchon had al zeer snel contact opgenomen met Jean de Luxembourg met het aanbod van Jeanne te "kopen" voor een aanzienlijk bedrag om haar uit te leveren aan de Engelsen, hij handelde daarbij in opdracht van Jan van Bedford. Deze koehandel met een krijgsgevangene was zonder meer in strijd met de toen geldende gedragscode, een krijgsgevangene werd normaal vrij gelaten in ruil voor een losgeld. De tante van Jean de Luxembourg, die een grote genegenheid had opgevat voor Jeanne verzette zich tegen de verkoop en dreigde ermee om haar neef te onterven. Uiteindelijk, na het overlijden van zijn tante op 13 november 1430, werd ze door Jean de Luxembourg voor 10.000 pond verkocht aan de Engelsen op 21 november 1430. Ze werd overgeleverd aan Pierre Cauchon die het proces tegen Jeanne zou voeren.

3. Het proces

3.1 Inleiding

Het werd uiteraard een politiek proces, de hertog van Bedford eiste de troon op voor zijn neef Hendrik VI van Engeland en de Engelsen waren er dus erg op gebrand Jeanne als heks en ketter neer te zetten, om zodoende het koningschap van Karel VII te ontkrachten.


Tour Jeanne d'Arc in Rouen, in feite de donjon van het kasteel van Philippe Auguste en dus niet de toren waarin Jeanne was opgesloten.

Het proces werd gevoerd in Rouen, de zetel van de Engelse bezetting. De procedure was van bij de aanvang op verschillende punten betwistbaar. Zo had bisschop Cauchon geen jurisdictie om deze zaak te voeren en de inquisiteur van Rouen, Jean le Maître, tekende hier trouwens bezwaar tegen aan voor wat zijn eigen deelname betrof tot hij tot de orde geroepen werd door de inquisiteur van Frankrijk op vraag van Cauchon. Cauchon dankte zijn aanstelling alleen aan zijn evidente partijdigheid ten gunste van het Engelse regime, zijn broodheren die trouwens het proces financierden. De griffier Nicolas Bailly die aangesteld werd om getuigenissen ten laste van Jeanne te vinden kon niets aanbrengen wat betekende dat er geen grond was om een proces te beginnen. Hij zal hierover trouwens getuigen tijdens het rehabilitatieproces. Ook weigerde het hof aan Jeanne rechtskundige bijstand van geestelijken uit de delen van Frankrijk waarvan zij afkomstig was, wat eveneens een inbreuk was op het kerkelijke recht.

De partijdigheid van Cauchon was flagrant vanaf het begin. Hij zorgt er bijvoorbeeld voor dat Jean de Saint-Avit, bisschop van Avranches en deken van de bisschoppen van Normandië die geen verplichtingen had tegenover de Engelsen en zich gunstig had uitgelaten over Jeanne, niet zal zetelen. Jeanne werd door de Engelsen aan de kerkelijke rechtbank overgedragen met de reserve dat ze terug aan het wereldlijke gerecht moest worden overgedragen in de eventualiteit dat ze zou vrijgesproken worden. Deze hypocriete voorwaarde liet een eventuele vrijspraak open hoewel de veroordeling van in het begin vaststond. De zorg waarmee alle wereldlijke autoriteiten van het proces wegblijven is tekenend en het schouwspel dat georganiseerd werd met een ongezien aantal doctoren in de theologie, licentiaten in kerkelijk en wereldlijk recht en andere geleerden die van de engelsgezinde universiteit van Parijs werden gehaald, naast het bijna volledige kapittel van Rouen, abten en prelaten, was ongezien voor een proces over geloofszaken. In gelijkaardige processen die echt over geloofszaken gingen zetelden hooguit drie of vier kanunniken naast de bisschop en de inquisiteur.

3.2 Het proces


Jeanne d'Arc in de gevangenis ondervraagd door Henri de Beaufort, de kardinaal van Winchester, Paul Delarroche, 1824, Musée des Beaux-Arts de Rouen.

Het proces begon op 21 februari 1431 en zou duren tot 23 mei 1431, in totaal waren er 56 zittingen. Jeanne werd opgesloten in een toren van het kasteel van Philippe Auguste waarvan nu alleen de donjon overblijft, die verkeerdelijk de toren van Jeanne d’Arc genoemd wordt. Hoewel het over een kerkelijk proces ging bleef Jeanne opgesloten in een wereldlijke gevangenis, wat nogmaals een aanfluiting van de rechtsregels was. Cauchon had weliswaar de gevangenis gekwalificeerd als een kerkelijke gevangenis, maar zelfs dan was het in strijd met het canoniek recht dat Jeanne bewaakt werd door mannelijke wachten. Het regime waaronder ze werd opgesloten was weliswaar niet zachtaardig maar ze werd niet gemarteld om bekentenissen af te dwingen. Ze beklaagde zich wel verscheidene keren bij Cauchon, Jean le Maître en Nicholas Loiseleur dat een van de wachten had geprobeerd haar te verkrachten. Het werd haar ook verboden om te biechten, de communie te ontvangen en de mis bij te wonen, dit moet voor de vrome Jeanne een zware beproeving zijn geweest.

Het rechtscollege telde ongeveer 120 personen waarvan er verscheidene achteraf op het rehabilitatieproces zouden getuigen dat ze onder dwang hadden gehandeld, onder meer Jean Lemaître, de vice-inquisiteur. Ondanks de talloze ondervragingen slaagden de rechters er niet in een geloofwaardige beschuldiging te formuleren, Jeanne bleek een goed christelijk meisje te zijn overtuigd van haar goddelijke missie. Men hield het dan maar bij de magere beschuldigingen van het weglopen uit het ouderlijk huis zonder toestemming van de ouders, het dragen van mannenkleren en vooral het ontkennen van de kerkelijke autoriteit omdat ze de stemmen volgde die ze hoorde, zonder daarvan rekenschap af te leggen aan de kerkelijke autoriteiten. De rechters namen gemakkelijkheidhalve aan dat die stemmen geïnspireerd waren door de duivel.

De notities van het proces die zijn overgeleverd tonen een Jeanne d’Arc die helemaal niet geïntimideerd is door het college van geleerden die haar moeten ondervragen en met allerlei spitsvondigheden proberen om haar foute dingen te laten zeggen en op die manier zichzelf te beschuldigen. Een beroemd voorbeeld daarvan was de vraag of zij in staat van genade was. Dit was een theologische valstrik van de geleerden, want de leer van de kerk zei dat niemand dat van zichzelf kon weten. Als ze ja antwoordde was dat een ketterij en als ze nee zei gaf ze zelf haar schuld toe. Tot grote verbazing van de geleerden antwoordde Jeanne:

"Si je n’y suis pas, Dieu m’y mette et si j’y suis, Dieu m’y tienne. Je serais la plus dolente de tout le monde si je savais ne pas être en la grâce de Dieu."

De ondervragers stonden versteld van dat antwoord.

Cauchon lukte het niet Jeanne iets fout te laten zeggen en zelfs de slinkse bezoeken in de gevangenis door Loyseleur, een van de bijzitters van het hof, die zich valselijk voorstelde als een medestander van Karel VII en als een streekgenoot leverden geen resultaat. Cauchon had zelfs geprobeerd om valse notulen te laten opnemen door twee geestelijken achter een gordijn geposteerd, maar Manchon, de griffier van het proces, weigerde hier aan mee te werken en wilde met deze notities geen rekening houden. Manchon is waarschijnlijk een van de weinigen die bij het proces betrokken was die altijd geprobeerd heeft de zaak eerlijk te behandelen. Vanaf 10 maart worden er geen algemene zittingen meer gehouden. Omdat Cauchon vaststelde dat Jeanne meer en meer op sympathie kon rekenen binnen het rechtscollege besloot hij nog een aantal ondervragingen met een klein aantal ondervragers waarvan hij zeker was, te laten doorgaan in Jeannes gevangenis.

Jeannes beroep op het Concilie van Basel en op de paus werd door Cauchon verworpen omdat dit zijn positie onmogelijk zou gemaakt hebben onder meer door zijn negeren van richtlijnen van de inquisitie zoals het gevangen houden van Jeanne in een seculiere gevangenis met mannelijke bewakers. Op 5 april 1431 wordt een lijst van twaalf artikels opgesteld die de "misdaden" van Jeanne samenvatten. Op 12 en 13 april worden de deelnemers aan het proces gehoord die in hun conclusie unaniem Jeanne veroordelen. Op 18 april bezoekt de rechtbank Jeanne in haar kerker, omdat ze ziek was, en stelt haar voor om zich te bezinnen en haar fouten toe te geven en zich onder de leiding te plaatsen van een of meerdere van de geleerde doctoren om terug op de goede weg te komen. Jeanne vraagt enkel om te mogen biechten en om begraven te worden in gewijde grond, maar dat wordt haar geweigerd, ze moest zich eerst onderwerpen aan de kerk.

3.3 Admonitie

Op 2 mei 1431 wordt een publieke admonitie tegen haar uitgesproken vooraleer over te gaan tot de definitieve veroordeling om haar nog een "kans" te geven zich te bekeren na de mislukte poging op 18 april, maar Jeanne blijft zich toevertrouwen aan God en voor alle zogenaamde misdaden die haar worden toegeschreven verwijst ze naar haar goddelijke opdracht. Ook hier blijft Jeanne nog zeer alert en verstandig de opwerpingen en vragen beantwoorden, zo bijvoorbeeld als men haar vraagt of ze de Paus wil gehoorzamen zegt ze: "breng me voor hem". Op 9 mei wordt ze in de kerker gebracht waar de marteltuigen stonden en bedreigt met marteling. Ze zegt hierop dat ze geen andere verklaringen zal afleggen onder marteling en als ze dat toch zou doen dat ze die zou herroepen in de rechtbank en zeggen dat ze door marteling werden afgedwongen, op 12 mei wordt dan besloten van marteling af te zien.

3.4 Veroordeling

Uiteindelijk wordt Jeanne veroordeeld door de geleerde doctoren van de Parijse Sorbonne en door het kapittel van Rouen die geen van beiden hun broodheren willen teleurstellen. Zij wordt schuldig bevonden als schismatieke, afvallige, leugenares, zienster, verdachte van ketterij en godslasteraar. Haar visioenen worden afgedaan als falsificaties omdat Jeanne niet was aangekondigd in de heilige schrift en omdat ze geen mirakels had verricht!

3.5 Abjuratie


Herman Anton Stilke, Jeanne op de brandstapel, 1843

Op 24 mei wordt Jeanne naar het kerkhof van Saint-Ouen in Rouen gebracht waar een brandstapel is opgericht. Na een donderpreek en nieuwe ondervragingen bezwijkt Jeanne in een zwak moment onder de druk en tekent een abjuratiedocument waarin ze haar fouten toegeeft en het gezag van de kerk erkent. Hierop wordt ze veroordeeld tot levenslange gevangenisstraf "avec le pain de douleur et l’eau de l’angoisse" Als eerste stap in heer "bekering" zal Jeanne terug vrouwenkleren aantrekken. Da abjuratie was een belangrijk element voor Cauchon en zijn Engelse opdrachtgevers omdat op een "hervallen in de dwaling" na een abjuratie automatisch de veroordeling tot de brandstapel zou volgen.

3.6 Definitieve veroordeling

Op 28 mei heeft Jeanne in de gevangenis terug mannenkleding aangetrokken. Ondervraagd hierover zegt ze dat ze wordt vastgehouden door mannen en dat men de beloften die haar gedaan werden niet gehouden had, men had haar onder meer beloofd dat ze de mis mocht bijwonen en de communie mocht ontvangen. Bovendien was ze nog steeds in de ijzers geslagen in tegenstelling tot de beloftes die men haar gedaan had. Ze zei dat ze zich bij alle wensen van haar rechters zou neerleggen als men eerst uitvoerde wat haar beloofd was en dat ze vrouwenkleding zou aantrekken als ze niet meer door mannen werd bewaakt en geen risico meer liep om verkracht te worden.


Standbeeld van Jeanne d'Arc in Rouen vlakbij de plaats van haar executie, Maxime Real del Sarte, 1928

Vervolgens herroept Jeanne haar abjuratie door te verklaren dat ze nog steeds haar stemmen hoort, dat ze door God gezonden is en alleen aan hem verantwoording verschuldigd is en dat ze een grove fout gemaakt heeft door, onder bedreiging met de brandstapel en uit angst voor het vuur, op het kerkhof van Saint-Ouen de waarheid te verloochenen. Ze zegt eveneens dat ze liever wil sterven dan levenslang opgesloten te worden.

3.7 Executie

Hier hadden de rechters op gewacht, ze hadden de ontkenning van Jeanne bekomen waarmee ze hoopten aan te tonen dat Karel VII op valse voorwendsels tot koning was gezalfd en anderzijds konden ze Jeanne liquideren. Er werd niet getreuzeld, op 29 mei werd Jeanne tot ketter verklaard en op 30 mei werd ze overgedragen aan het wereldlijke gerecht en nog dezelfde dag levend verbrand op de Oude Markt van Rouen. In wezen was het enige "gerechtelijke" argument voor haar veroordeling een Bijbels kledingvoorschrift, men had het ver moeten zoeken!

De kardinaal van Winchester had er op aangedrongen dat er niets van het lichaam van Jeanne zou overblijven dat zou kunnen gebruikt worden als reliek omdat hij vreesde voor een postume verering van Jeanne. Jeanne stierf waarschijnlijk eerst door koolmonoxide vergiftiging, maar daarna werd de brandstapel opgestookt om de organische resten te verbranden en na een derde verbranding bleven alleen nog wat beenresten en asse over. Die werden door de beul Geoffroy Thérage in de Seine geworpen vanaf de Pont Mathilde.

4. Relieken

De zogenoemde Jeanne d’Arc relieken worden bewaard in het museum van kunst en geschiedenis van Chinon en zouden volgens een opschrift het perkament dat de bokaal afdekte, afkomstig zijn van onder de brandstapel waarop Jeanne werd verbrand. Deze relieken werden ontdekt in Parijs in 1867 op zolder van een apotheek. Oorspronkelijk werden ze bewaard in een glazen flesje uit het begin van de negentiende eeuw met als opschrift: Restes trouvés sous le bûcher de Jeanne d’Arc, Pucelle d’Orléans. Multidisciplinair wetenschappelijk onderzoek wees uit dat het om een vervalsing gaat, waarschijnlijk uit de late 18e of de vroege 19e eeuw. Het monster bevat een stuk kattenbeen, menselijke resten (deel van een rib) die waarschijnlijk afkomstig zijn van een Egyptische mummie van tussen de 7e en de 3e eeuw v.Chr., stukjes houtskool en een stuk linnen. De beenderen waren gekleurd met een bitumenmengsel, analoog aan de producten die gebruikt werden bij het balsemen in het oude Egypte, om een verkoold aspect te creëren, de houtskool is van dezelfde materie.

5. Rehabillitatie

Karel VII, die zijn koningschap aan Jeanne d'Arc te danken had, deed toen het nog kon geen enkele moeite haar te bevrijden en het zou bijna twintig jaar duren voor hij een actie ondernam om Jeanne van elke schuld te zuiveren en sommigen zien daar dan ook slechts een poging in om zichzelf van de blaam te zuiveren dat hij door een ketterse naar Reims was gebracht om zich tot koning te laten kronen.

Er waren natuurlijk ook enkele praktische bezwaren. Karel moest in bezit zijn van Parijs voor hij iets kon ondernemen. Het was immers de universiteit van parijs die een zeer belangrijke rol had gespeeld in de aanklacht tegen en de veroordeling van Jeanne d’Arc. Hij kon de medeplichtigen van de Engelsen pas ter verantwoording roepen nadat Parijs in zijn handen zou zijn gevallen. Maar ook Rouen moest in zijn bezit zijn voor hij echt iets kon ondernemen omdat het proces daar was gevoerd en de originele documenten in Rouen werden bewaard. Rouen kwam pas in de handen van Karel VII in November 1499

5.1 De herziening van Bouillé - 1450

Op 15 februari 1450 geeft Karel opdracht aan Guillaume Bouillé, deken van het koninklijk kapittel van Roye en rector aan de universiteit van Parijs, om de zaak te onderzoeken. Bouillé gaat onmiddellijk aan het werk en laat een aantal belangrijke getuigen ondervragen namelijk: Jean Toutmouillé, doctor in de theologie; Ysambart de La Pierre, een van de voornaamste aanklagers op het proces; Martin Ladvenu biechtvader en leidsman van Jeanne tijdens haar laatste dagen; Guillaume Duval, doctor in de theologie; Guillaume Manchon, griffier op het proces van Jeanne d'Arc; Jean Massieu, destijds deurwaarder op het proces, Jean Beaupère, doctor in de theologie; die een belangrijke rol gespeeld had in het proces geleid door Pierre Cauchon. Ook al liet Bouillé een aantal belangrijke getuigen ongemoeid bleek toch overduidelijk uit de getuigenissen dat Jeanne ten onrechte was veroordeeld en illustreerden ze de haat en de wraakgevoelens die de oorspronkelijke rechters hadden geleid. De gebetenheid van Cauchon, de bedreigingen tegen meer gematigde rechters, de onregelmatigheden en ongeldige procedures, de machinaties van Loyseleur, alles kwam aan het licht, maar het pauselijk hof in Rome wilde onder druk van de Engelse diplomatie niet weten van een herziening van het proces. Karel VII had zich trouwens niet echt populair gemaakt aan het Pauselijk hof door het uitvaardigen van de "Pragmatische Sanktie van Bourges" in 1438, die de pauselijke macht in Frankrijk sterk inperkte.

5.2 De acties van d'Estouteville - 1452

Met de opkomst van Mehmet II nam de dreiging voor een Ottomaanse inval in Italië toe en toen de paus begon te vrezen voor zijn eigen domeinen stuurde hij een legaat naar Parijs om de Franse en Engelse koningshuizen met elkaar te verzoenen en beiden om steun te verzoeken tegen Mehmet. Die legaat was de kardinaal Guillaume d’Estouteville verwant aan Karel VII. Tijdens zijn bezoek aan Rouen op 1 mei 1452 ondervraagt ook hij een aantal getuigen en delegeert de zaak aan Philippe de la Rose die het onderzoek verder zet en een substantiële bijdrage levert aan de informatie die uiteindelijk zal leiden tot het herzieningsproces. Maar ook d’Estouteville laat twee zeer belangrijke getuigen ongemoeid, namelijk Raoul Roussel de aartsbisschop van Rouen en Jean le Maître de vice inquisiteur. Beiden hadden een belangrijke rol gespeeld tijdens het proces. d'Estouteville maalt de zaak aanhangig bij de Inquisiteur van Frankrijk, Jean Brehal. Daardoor wordt een herziening eigenlijk onafhankelijk van de inbreng van Karel VII. Maar ook in 1452 zal de paus de Engelsen blijven ontzien en komt het niet tot een herzieningsproces.

Ondertussen was Roussel overleden en werd d’Estouteville benoemd tot aartsbisschop van Rouen. Met Roussel was een belangrijke hinderpaal voor de herziening uit de weg geruimd. d’Estouteville liet de zaak opnieuw onderzoeken door twee gereputeerde theologen en kenners van het canoniek recht Théodore de Leliis en Paul Pontanus. In zijn rapport somde de Leliis alle procedurefouten van Cauchon één voor één op.

5.3 Het rehabillitatieproces - 1455/1456

Karel VII van zijn kant laat de vraag voor een herziening opnieuw te berde brengen maar ditmaal door de moeder van Jeanne en haar broers om op die manier de zaak uit de politieke sfeer tussen Frankrijk en Engeland te halen, maar paus Nicolaas V blijft een herziening weigeren. Het is pas na het overlijden van Nicolaas V en het aantreden van Calixtus III op 8 april 1455 dat d’Estouteville de nieuwe paus van de noodzaak van een herziening kan overtuigen. De paus geeft met een apostolisch schrijven van 11 juni 1455 opdracht aan Jean Jouvenel des Ursins aartsbisschop van Reims, Guillaume Chartier, bisschop van Parijs en aan Richard Olivier de Longeuil bisschop van Coutances, om de herziening van het proces van Jeanne te starten.

Het proces begint in Reims op 7 november 1455. De ondervraging van een honderdvijftigtal getuigen levert een totaal ander beeld van Jeanne op, ze schilderen bijna unaniem een portret van een eerlijk, zuiver, integer en dapper meisje. De belangrijke spelers bij het origineel proces blijven zeer vaag en leiden blijkbaar aan collectief geheugenverlies, ze konden zich winig of niets herinneren. Een aantal van de hoofdrolspelers, zoals de bisschop van Beauvais, werden zelfs niet ondervraagd. Inquisiteur-generaal Jean Bréhal maakt een samenvatting van 55 pagina’s waarin hij Jeanne beschreef als een martelares en de ondertussen overleden Pierre Cauchon beschuldigde van ketterij omdat hij een onschuldig meisje deed veroordelen omwille van een seculiere twist tussen koningshuizen. Op basis van dit document wordt Jeanne volledig in eer hersteld. Het nieuwe vonnis uitgesproken op 7 juli 1456 verwierp het oorspronkelijke oordeel en omschreef de eerdere zitting als "corruptie, bedrog, laster, fraude en kwaadwilligheid". De medewerkers van Cauchon, de rechters en aanklagers van het originele proces, waarvan een groot aantal nog in leven was en hoge functies bekleedden in de kerkelijke hiërarchie, werden met rust gelaten.

5.4 Heiligverklaring

In april 1909 werd Jeanne zalig verklaard door paus Pius X, en op 16 mei 1920 verklaarde paus Benedictus XV haar heilig. Haar feestdag wordt gevierd op 30 mei.

6. Geestesgesteldheid

Men heeft steeds opnieuw geprobeerd de verschijningen van Jeanne op een of andere manier rationeel te verklaren. Als de geleerden het over één ding eens zijn dan is het dat zij eerlijk en oprecht was in haar verklaringen. Documenten uit haar eigen tijd en historici van voor de 20e eeuw noemen haar lichamelijk en geestelijk gezond. Recentelijk probeert men haar visioenen uit te leggen als het gevolg van epilepsie, migraine, tuberculose en schizofrenie. Veel van die diagnoses werden opgesteld door historici en niet door medische specialisten. Geen van die hypotheses wordt algemeen aanvaard en het zal waarschijnlijk giswerk blijven omdat voldoende gedetailleerd informatie om een stevige casus op te bouwen gewoonweg ontbreekt. De getuigenissen van Jeanne zelf tijdens haar proces zijn het enige materiaal. Ze weigerde aanvankelijk om over haar visioenen te spreken onder meer omdat ze aan haar koning gezworen had hierover met anderen te spreken. Dat er machinaties en valse verklaringen gebruikt zijn om haar te kunnen veroordelen zal door geen enkele historicus ontkend worden, het blijft dan ook moeilijk in te schatten wat de precieze vorm en draagwijdte van de zogenaamde visioenen was. Medische experten wezen er trouwens zelf op dat dergelijke ziektebeelden niet te verenigen zijn met de levensstijl en de activiteiten die Jeanne ontplooide en Régine Pernoud antwoordde op een theorie die opperde dat Jeanne tuberculeus was door het drinken van niet gepasteuriseerde melk, dat het gezien wat Jeanne voor Frankrijk presteerde, het aanbevelingswaardig zou zijn om het pasteuriseren van melk voortaan te verbieden.

Historici voeren dan weer aan dat het weinig waarschijnlijk zou geweest zijn dat Jeanne aan het hof van Karel VII enige vorm van medewerking zou gekregen hebben indien zij geestesziek zou geweest zijn gezien de ervaring die Karel VII had met zijn geesteszieke vader.

Sommigen schijnen ook uit het oog te verliezen dat het middeleeuwse denken toch enigszins verschilde van het hedendaagse als men het idee van een opdracht te hebben, sterk moreel gevoel, aseksualiteit, ingetogenheid en religiositeit met ziektebeelden gaat associëren moet men daar toch uiterst voorzichtig mee zijn. Het feit dat ze zowel door voor- als tegenstanders op haar maagdelijkheid getest werd om na te gaan of ze geloofwaardig was als gezonden door God in het ene geval en om aan te tonen dat ze een heks kon zijn in het andere, laat een ander licht schijnen op deze aseksualiteit.

7. In de politiek

Van bij het begin van haar tocht door Frankrijk was Jeanne een speelbal tussen politieke facties. In haar tijd waren het de Armagnacs en de Bourguignons. De Armagnacs verspreidden het beeld van hat arme herderinnetje uit de Lorraine dat het koninkrijk gaat redden. Jeanne was geen herderin maar de dochter van een vrije boer met zijn eigen bedrijf en ze kwam niet uit Lotharingen maar uit de Barrois. De Bourguignons dachten dat ze gemanipuleerd werd door personages aan het koninklijk hof en de Engelsen aanzien haar voor een heks.

Voltaire zal haar in zijn werk dat hij publiceert in 1762 belachelijk maken want hij wil door haar de bijgelovigheid aan de kaak stellen en kritiek leveren op het idee van de goddelijke interventie in de geschiedenis.

De historicus Jules Michelet publiceerde zijn boek Jeanne d’Arc in 1841 en hij maakte van Jeanne een "lekenheilige", een incarnatie van het Franse volk omwille van haar eenvoudige afkomst, provinciale origine, ongeletterdheid en gezond verstand. Ze stelde een voorbeeld aan diegenen die haar omringden en lag aan de basis van een van de kritieke en belangrijke fases van de opbouw van de natie. Michelet was een republikein en vrijdenker en zijn visie van een volksheldin, vergeten door de koning die ze op de troon hielp en vernietigd door de kerk werd sterk ondersteund door de publicatie van de notulen van beide processen door Jules Quicherat. Dit beeld werd overgenomen door Henri Martin een andere republikeinse historicus en hij maakte van haar de incarnatie van de Gallische geest en deugden. Pierre Larousse bevestigde in 1870 deze visie in zijn Grand Dictionnaire du XIXe siècle terwijl de kerkelijke autoriteiten als reactie hierop de heiligheid van Jeanne begonnen te promoten.

Dan was het de beurt aan de socialisten om Jeanne als een van hen op te eisen. Lucien Herr bibliothecaris bij de École normale supérieure publiceerde onder het pseudoniem Pierre Breton op 14 mei 1890 een artikel in Le Parti Ouvrier met als titel Notre Jeanne d'Arc. Hij ontzegde aan de Rooms-katholieke Kerk de cultus van diegene die ze enkele eeuwen voordien verbrand hadden. Zijn vriend Charles Péguy publiceerde zijn Jeanne d’Arc en droeg het werk op aan al diegenen die gestorven waren om de universele socialistische republiek te vestigen, maar Péguy bekeerde zich omstreeks 1910 terug tot het katholieke geloof en herzag dan zijn werk.

In 1908 zocht Anatole France op zijn beurt een rationele uitleg voor de gebeurtenissen rond Jeanne. De visioenen werden hallucinaties en hoewel hij de dapperheid en de eerlijkheid van Jeanne niet in vraag stelde schreef hij de overwinning in Orléans in de eerste plaats toe aan het gebrek aan manschappen bij de Engelsen. Volgens hem deed Jeanne niet veel meer dan het moreel van de Franse troepen opkrikken en hij zag in de ganse zaak een enscenering van de geestelijkheid ten voordele van de kerk.

In antwoord op Michelet werd de procedure die moest leiden tot de canonisatie in 1869 op gang gebracht door Félix Antoine Philibert Dupanloup, bisschop van Rouen. Op 8 mei 1869 looft hij in een panegyriek de heiligheid van la Pucelle, naar de brandstapel gebracht door een priester die zijn roeping verloochend had en door universitairen verkocht aan de Engelsen, maar niet door de kerk. Uiteindelijk zal het nog tot 1920 duren voor Jeanne heilig verklaard werd, maar ook de kerk had Jeanne dus gerecupereerd. De linkerzijde in Frankrijk neemt dit niet en distantieert zich van Jeanne d’Arc in het begin van de 20e eeuw hoewel dit niet algemeen is. Jean Jaurès bijvoorbeeld heeft duidelijk nog sympathie voor Jeanne d’Arc zoals mag blijken uit zijn boek L’armée nouvelle" van 1910.

Die afwijzing door links leidde ertoe dat de rechtse nationalisten in het begin van de twintigste eeuw Jeanne monopoliseren voor hun zaak, vooral na de veroordeling van de Action Française door de paus in 1928. Alle stromingen binnen de beweging eisen Jeanne op als hun patrones. In 1936 trekken zelfs 3000 vrijwilligers naar Spanje om te gaan vechten aan de zijde van de Franquisten onder de banier van Jeanne d’Arc. Er wordt in 1920 ook een nationale feestdag ter ere van Jeanne d’Arc ingesteld op 8 mei, de datum van de bevrijding van Orléans. Ook de Franse presidenten doen mee. Bijna alle naoorlogse presidenten van de republiek hebben op de eerste 8e mei na hun verkiezing een bezoek gebracht aan Orléans tijdens de feestelijkheden ter ere van Jeanne d’Arc om er een toespraak te houden waarin het verhaal van Jeanne gebracht werd.

Onder het regime van Maarschalk Pétain tijdens de Tweede Wereldoorlog wordt Jeanne misbruikt om te ageren tegen de zogenoemde Judeo-maçonnerie en tegen de Engelsen. De bombardementen op Rouen worden vergeleken met de marteldood van Jeanne en in beide gevallen waren de Engelsen de schuldigen. Hoewel ook in de weerstand het beeld van Jeanne werd gebruikt, zal na de oorlog de cultus van Jeanne achteruit gaan omdat hij geassocieerd werd met de collaboratie en ze wordt dan weer populair in linkse kringen.

As Jean-Marie Le Pen in 1972 het Front National opricht, kiest hij als kenner van de nationalistische mythologie, Jeanne d’Arc als symbool van verzet tegen alle "indringers". Het Front National roept vervolgens tussen de twee rondes van de presidentsverkiezingen van 1988 een eigen feestdag uit voor Jeanne d’Arc op 1 mei en ze maken van deze dag het orgelpunt van hun campagne. Jean_Marie Le Pen gebruikte Jeanne om katholieken te ronselen voor zijn partij, zijn dochter Marine Le Pen gebruikt Jeanne als symbool van de strijd tegen Europa.

Ook Nicolas Sarkozy probeerde Jeanne te gebruiken om zijn imago op te smukken voor de presitdentsverkiezingen van 2012. Op 6 januari 2012 viert hij de 600e verjaardag van de geboorte van Jeanne door een reis naar de belangrijke plaatsen uit het leven van Jeanne, onder meer naar haar geboortedorp. Het was van 1920 geleden dat een Franse president Domrémy nog bezocht had. Maar ook tijdens zijn campagne van 2007 had Sarkozy al gebruikgemaakt van de figuur van Jeanne d’Arc.